Pergi ke kandungan

Laman:Geschiedenis van Srî Râma.pdf/182

Daripada Wikisumber
Laman ini telah dibaca pruf

III.

velen zijner broeders en zonen, noch de gebeden zijner gade, konden hem verbidden om Sita Dewi, die hij Sri Rama ontschaakt had, weder te geven; als het beeld der verdelging, stond hij bij stapels lijken in stroomen bloeds, tot dat de godenpijl van Sri Rama, welke van Vishnoe afkomstig was, hem deed vallen, waardoor Sita Dewi weder met haren bevrijder, haren echtgenoot, vereenigd werd.

Het hoofddenkbeeld van dit treur- blij-eindspel is, dat de Goden de onderdrukking eenigen tijd dulden, doch standvastigheid en moed eindelijk over haar doen zegevieren. Vele gedaanteverwisselingen komen in dit stuk voor; heiligen, boetelingen en priesters, welke bovennatuurlijke magt bezitten, bezielen de hoofdpersonen; het raadplegen van wigchelaren en offerpriesters verhoogt de belangstelling, en het in be weging brengen der hoofdstoffen tot verdelging van vijanden, schept ongekende tafereelen voor de verbeelding van vele lezers.

Het stuk stelt een vreemd geheel daar; reusachtige wezens, vreesselijke gedaanten, bovennatuurlijke krachten; invloed van hemel-, hel-, zee-, aard- en luchtbewoners wedijveren om hunne gunstelingen te beschermen en te ondersteunen. Aan het einde der geschiedenis voert de dichter de personen, die vroeger vermeld, doch gedurende den reuzenstrijd niet vernomen werden, weder ten tooneele; hetwelk bij het verlevendigen van het geheugen eenen aangenamen indruk verwekt en het geheel, bij den terugblik op vroegere gebeurtenissen, duidelijk voor den geest stelt.

"Dasaratha, de vader van Sri Rama, was Koning in de Stad Isfahaboga; hij verlegde zijnen zetel naar de nieuwe, door hem gebouwde Stad Mandoe Poera Nagara, alwaar Sri Rama geboren werd; het is alzoo verkeerdelijk, dat sommige schrijvers de Stad Ayodhya, Audh of Oude als zijne geboorteplaats opgeven, daar deze Stad door Sri Rama na zijne overwinningen gebouwd en tot zetel zijner regering gekozen werd. Die Stad bestaat nog onder den naam van Audh en Oude in de provincie van dien naam aan de rivier Gogran op 80° oosterlengte van Greenwich en op 27° noorderbreedte. Deze Stad is goed bevolkt en wordt door de Hindoes als heilig beschouwd; zij bevat verscheidene tempels, die door vele pelgrims bezocht worden.

De plaat, welke bij dit werk gevoegd is, stelt het zuiderfront van den tempel van Sri Rama, te Ramnughur, een Stad aan den Ganges, in het distrikt Benares, voor, en is naar die van Coleman genomen, welke zegt: "Hamilton describes it as being equally beautiful and mythologically correct. Hindu drawings of the four fronts are in my possession, which correspond in all points except in the variety of their mythological subjects, and possess one merit over most of the temples of a similar description in Hindustan, viz. that in the whole of the compartments, which comprise the forms and avatars of the several deities, there is not a single unchaste to be discovered among them.